Geschiedenis

Geschiedenis Bonaire

De geschiedenis van Bonaire gaat zo’n duizend jaar terug, toen sommige groepen van de z.g. Amerindian Arawaks voet aan wal zetten. Grottekeningen zijn tot op de dag van vandaag het bewijs van hun aanwezigheid en cultuur. In 1499 kwamen de Spanjaarden naar Bonaire maar omdat ze niets van hun gading konden vinden zijn ze weer vertrokken. De Indianen werden als slaaf weggevoerd en dus bleef het eiland onbewoond achter. Rond 1526 werd wat kleinvee naar het eiland gebracht samen met een aantal Indiaanse landarbeiders. Al snel werd Bonaire een centrum voor het fokken van schapen, geiten, varkens, paarden en ezels. Het meeste vee kon vrij rond lopen met als resultaat dat ook nu nog wilde ezels en geiten over het eiland rondtrekken. Tenslotte werd het eiland in de eerste helft van de 17e eeuw in bezit genomen door de Hollandse West Indische Compagnie, die er een plantage-eiland van maakte. Overblijfselen uit die tijd zijn nog steeds de slavenhutjes en de met de hand uitgegraven zoutpannen. Zo rond 1837 was Bonaire een belangrijk centrum voor de productie van zeezout.

Toerisme op Bonaire

Het toerisme kwam op gang nadat een eerste havenpier was aangelegd en kreeg een extra impuls door de bouw van het vliegveld in 1943. Na de tweede wereldoorlog werd Bonaire een deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Samen met Aruba, Curacao, Saba, St.Eustacius en St. Maarten vormen zij de Nederlandse Antillen. In 1986 kreeg Aruba de z.g. “Status Aparte”: los van de Nederlandse Antillen maar binnen Het Koninkrijk der Nederlanden met volledige autonomie. Zeer belangrijk om te vermelden is dat Bonaire zich grote inspanningen heeft getroost om een goed evenwicht te vinden tussen groei van toerisme en het milieu, zowel onder- als boven water. Mede daarom is hoogbouw niet toegestaan en is het Bonaire Marine Park gesticht, met als belangrijkste doelstelling bescherming en behoud van het schitterende onderwater landschap!